Oud-commando's reisden af naar de roots

Oud-commando's reisden af naar de Schotse ‘roots'

 

 

"They shall grow not old, as we that left grow old.

Age shall not weary them, nor the years condemn.

At the going down of the sun and in the morning…...

We will remember them” **
 

De laatste woorden ‘We will remember them' werden ingetogen, maar massaal herhaald door de deelnemers aan de herdenkingen en de vele belangstellenden tijdens de ceremonies in Fort William en Spean Bridge op 13 november. Herdenkingen, die onder meer in het Verenigd Koninkrijk nog steeds jaarlijks worden gehouden om stil te staan bij de het einde van de WO I op 11 november 1918 om 11.11u. En daarmee ook stil te staan bij de militairen, welke in die oorlog sneuvelden en in alle oorlogen en strijdgewoel daarna. En wat WO II betreft hebben voornoemde plaatsen een bijzondere betekenis waar het gaat om de gesneuvelde commando's, die hier hun eerste opleiding ontvingen. Reden temeer voor oud-commando Jacob Klaver (alias mister Clover) om een ploeg oud-commando's (en sommigen met charmante aanhang) te verzamelen en een reis te organiseren van 10 t/m 14 november naar Schotland. Een reis, die hen daarbij ook bracht naar de toenmalige ‘playgrounds' op Achnacarry Castle en omgeving. Deze van bloed, zweet en tranen doordrenkte streek, waar alle vroege commando's en de Nederlandse in het bijzonder –No 2 (Dutch) Troop- hun basisopleiding ‘genoten'.
  
Wie verre reizen maakt, …………
 
De schrijver van dit artikel was er nog niet geweest, reden temeer om de uitnodiging aan te nemen en zich aan te sluiten bij deze, naar hem later bleek, meer dan bijzondere reis. In de vroege avond van 9 november betrok het merendeel van de deelnemers, allen afkomstig uit de vier windstreken van ons land, een schuilbivak nabij Schiphol. Zich daarmee verzekerend van een vliegtuigstoel op de daaropvolgende vroege ochtend van 10 november. Tegen half acht die ochtend verschiet vertrekhal 2 dan ook van het KLMblauw in het COMMANDOgroen! Een snelle vlucht dropt de commandoparty probleemloos op de landingszone in Edinburgh. Hierna stopt chauffeur Stewart als een echte steward de koffers in de onderbuik van de bus en vertrekt deze laatste ‘hoofd front' richting Fort Williams.
 
 
 
Een tussenstop wordt gehouden om het Stirling Castle te bezichtigen. In dit kasteel, gebouwd op een 350 miljoen jaar oude rots, regeerden ooit een serie Schotse koningen met de welluidende namen Jacobus I t/m VI. In deze novembermaand voor één dag opgevolgd door ene Jacobus uit Marken, die voor de gelegenheid het Klaver-blad voor een Schotse ruit verruilt.
 
Na enkele uren zet Stewart dan de bus stil voor het Ben Nevis hotel in Fort William. Een betere naam had niet bedacht kunnen worden en sommigen haasten zich dan ook naar de bar om de eerst lokale sapjes tot zich te nemen. Na de gebruikelijke kamerafwikkelingen en het poederen van de damesneuzen, worden de keukengeuren opgesnoven en legt de kok zijn proeve van bekwaamheid af. Daarvoor slaagt hij en is de keuken dus verzekerd van klandizie in de nog voorliggende dagen. Het blijk een maaltijd, die een goede bodem heeft gelegd voor de daaropvolgende avondoefening in de bar.
 
Iedereen heeft avondpermissie, maar het barluik gaat om 23.00u al dicht. Gelukkig geldt ook hier een aloud Noord-Limburg's gezegde: "Achterom is het kermis” en dus hoeft de oefening niet voortijdig te worden afgebroken. Voor sommigen staat de maan al erg hoog, voordat een al dan niet echtelijke sponde wordt opgezocht. Dit ritueel zal zich nog enkele avonden herhalen!
 
Geen monster te zien, of toch ?
  
Op vrijdagochtend is het een vroege reveille, maar een goed en uitgebreid Schots ontbijt zet iedereen weer recht op de been. De bus is al voorverwarmd en die dag brengt de groep in de greep van de Schotse natuur rond de vele bergen en dalen gevuld met even zo vele Lochs. Als het meest beroemde ligt rond het middaguur Loch Ness aan onze voeten, maar ook nu geen monster te zien. Niet onlogisch, want met 14

 
commando's aan de waterlijn is het beter je hoofd onder water te houden ! Maar achter in de bus wordt nadien toch een slapend ‘commandogroen monster' aangetroffen! Na een lange dag wacht de beroemde Ben Nevis distilleerderij ons op voor een proeverij. Een belevenis op zich, want wij zijn een van de eerste (oud)-commando's die deze Korpsdrank aan de bron mogen keuren. Nunc aut Nunquam. En dat is niet aan dovemansoren gezegd! Eigenlijk ook niet voor de meisjes, die volgens de mister Ben allemaal nog geen achttien lijken. Maar ja, hij was waarschijnlijk toen al ‘ben-neveld'. Na de nodige inkopen en een snelle douche, herhaalt zich het avondritueel.
 

Eindelijk Achnacarry grond onder de voeten

Ook zaterdag weer vroeg uit de veren, want er wacht een drukke dag. De bus brengt ons via Spean Bridge op weg naar Achnacarry House. Deze route voert ons langs HET commandomonument, waar de voorbereiding voor de zondag ceremonie in volle gang is. Op de aanrij route naar ‘the House' nemen wij, samen met de Commando Veterans Association (CVA), deel aan de onthulling van een herinneringsbord bij de gerestaureerde ‘Mock” (simulatieplek) van de Landing Craft Assault (LCA, zie ook DGB juli 2011). In gedachten zie je daarbij onze No 2 Troopers uit het vaartuig springen, op weg naar de stranden van Normandië. En ter plekke ‘lopen', al dan niet in rolstoelen, enkele trotse mannen die erbij waren. Indrukwekkend!

En even indrukwekkend is een paar kilometer verderop de rondgang bij ‘the House'. Bij de achterliggende snelstromende en koude Arkaig River herinneren spijkers aan de bomen en een inmiddels gammele brug ons aan de oorspronkelijke touwen- en hindernisbaan. In de woestenij van het Schotse hoogland lijken de ontberingen vele malen groter dan op de Rucphense Heide. Of toch niet? Nadat deze ‘heilige' grond wordt gekust, staat de bus weer te wachten en brengt ons, via een photoshoot bij het commando monument en een royale blik in het Ben Nevis commandomuseum en –bar, weer terug in ons bivak.

 

 
Daarna herhaalt het avondritueel zich, maar nu met als ‘hoofdgerecht' een Schotse dansavond. De Schotse mannen ‘in rok' vermaken zich die avond opperbest met onze dames in avondtoilet (en omgekeerd!). In de aanpalende bar verslaat de TV een herdenkingsbijeenkomst in de Albert Hall te Londen. Bij de afsluiting daarvan, tegen 23.30u wordt in de Albert Hall het volkslied ‘God save the Queen' gezongen. En oh wonder, ook in de bar staat iedereen stijf in de houding. Toen opa nog jong was gebeurde dat in Nederland ook nog als op radio of TV ons volkslied klonk. Maar tegenwoordig ‘scoor' je daar niet mee!
 
 
Remembrance Day

Die zondag is het dan ‘de dag der dagen'. Na de vermoeienissen van de voorgaande avond is een uurtje later reveille voor een enkeling nog te vroeg. Maar de sergeant van de week neemt actie en het ontbijt wordt toch nog gezamenlijk afgesloten. Tegen 10.00u worden de voorbereidingen getroffen om deel te nemen, tezamen weer met de CVA, aan de herdenkingceremonie in het centrum (parkje) van Fort William. Een lange stoet van Marines en Army commando's –daarbij ook wij en de CVA- defileert langs de locale bobo's, onder enthousiast applaus van vele toekijkende burgers, waarna de tocht eindigt bij het oorlogsmonument. Hier wordt de Last Post geblazen, een indrukwekkende twee minuten stilte gehouden en worden door diverse organisaties, waaronder ook twee mannen van onze ‘Gelderse' deelnemers, kransen gelegd.

 
Commando Monument

Een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt van deze reis brengt ons echter die middag. Na onderaan bij de heuvel van het commando monument de bus te hebben verlaten, sluiten wij ons daar aan bij de CVA en de diverse detachementen. Dan wordt, voorafgegaan door de Pipes and Drums en vele vaandels, opgemarcheerd naar het monument. Koude rillingen glijden over de rug bij het aanblik ervan in de setting van ontelbare burgers en commando's. Een koude wind trekt over de heuvel en rammelt aan de broekspijpen, maar de aandacht blijft gevangen door het daarop volgend dodenappel, de Last Post en de twee minuten, die ten einde komt door het saluutschot van in de nabijheid opgestelde kanon. Ook hier worden door vele organisaties weer kransen gelegd, zo ook door twee van onze ‘Limburgse' mannen. Een groots moment en fijn om te kunnen zeggen: ‘ik was erbij'.

 

 
Commando Herinneringsveld
 
Na deze voorgaande ceremonies wordt op het direct nabijgelegen herinneringsveld de uitbreiding ervan ingezegend. Het is nu een grote ruimte geworden, waar nu en in de toekomst de as van overleden commando's uitgestrooid kan worden en diverse kleinoden als herinnering kunnen worden achtergelaten.
Enkelen in onze groep hadden in de voorgaande dagen, speciaal voor deze gelegenheid, kruisjes gekocht om
 
te plaatsen als herinnering aan hen die, hoewel ver weg, toch nog steeds zeer nabij zijn. Daarbij is ook een kruisje geplaatst voor Kevin van de Rijdt, die aan zijn geliefden en aan het Korps is ontvallen gedurende de vredesmissie in Uruzgan 2009. Met een Eregroet werd afscheid genomen van deze indrukwekkende plek. Zij, wier namen hier geschreven staan, zullen nooit uit onze gedachten zijn en daarmee nooit ‘ten dode zijn opgeschreven'. Met die gedachte verlaten we in stilte deze indrukwekkende plek. Langzaam begint de zon achter de bergen schuil te gaan en wij besluiten de commandobar te laten voor wat het is en ons eigen schuilbivak weer te betrekken. De plunjezakken moeten worden gepakt en velen duiken die avond vroeg de koffer in. Ook de baromzet maakt die avond een duik.

Terugtrekkende bewegingen
 
Het is maandag 14 november een vroege reveille. Onwennig wordt aangeschoven aan de ontbijttafel. De flessen Ben Nevis worden strategisch verdeeld en ingepakt en onze steward Stewart zorgt dat alles weer netjes in de buik van de bus verdwijnt. Met een ‘gelukkig hebben we de foto's nog' wordt het Ben Nevis hotel achter ons gelaten om middels een toeristische route richting Edinburgh te toeren. Tegen wie nog nooit de hoogst gelegen whiskey stokerij in Dalwhinnie mocht aanschouwen kunnen wij zeggen: "wij hebben die gezien”, want de reisleider voert ons daarlangs, maar helaas op (on)gepaste afstand. Een koffie-en-zo tussenstop in Pitlochry, het toeristische ‘must have seen' verleidt enkelen tot het opmaken van de laatste Schotse ponden. In het Huntingtower Castle Hotel nabij Perth genieten we dan nog van een royale afscheidslunch, die ons bijna was ontgaan omdat ook de weg ons was ontgaan. Maar Stewart zou geen steward zijn geweest als ook dat niet met vakkundig stuurmansschap was opgelost. De lunchkaart in dit statige hotel is voor deze gelegenheid voorzien van de opdruk: ‘Commando Travel Lunch Menu'. Gelukkig geen lopend buffet! Na enkele welgemeende en pondenzware woorden van dank aan de chauffeur en even zo welgemeend, maar minder zwaar, aan de reisleiding, zoekt eenieder weer een stek in de bus en die voert ons ‘in de dubbele' naar Edinburgh Airport. Het KLMblauw dropt ons die late avond weer keurig op de Schiphol landingszone. En met een bekend: ‘we zien elkaar weer' valt de groep uit elkaar en zoekt ieder zijn richting. Het was het einde van een mooi, indrukwekkend, emotioneel en onvergetelijk weekend.
 
 
Volgens de profeten zouden we met name zaterdag en zondag door regen en wind geteisterd worden, maar wij hadden prachtig weer. Een voormalig Korpscommandant sprak ooit de legendarische woorden: "Onze Lieve Heer houdt van de commando's ". Dat was ook deze dagen weer ‘zonne'klaar. En voor de reisvrienden: Ik heb OLH nog nooit gezien, nog nooit bij hem geweest, maar toch weet ik veel van Hem!

Gérard Urselmann

 
** The Exhortation (de aansporing)
"Zij worden niet oud, zoals wij die de strijd doorstonden wel oud worden:
De jaren zullen hen niet vermoeien, noch het einde der dagen
Bij het ondergaan van de zon en in het ochtendgloren
Zullen wij hen gedenken”.